Aannemer eist tonnen van gemeente, rechter oordeelt anders
Een aannemer wilde geld zien van de gemeente nadat Delft de stekker uit een onderhoudscontract trok. Wat de aannemer betreft stonden er nog tonnen aan rekeningen open, maar de gemeente had het contract opgezegd omdat het werk van de aannemer ondeugdelijk zou zijn. De rechtbank geeft de gemeente grotendeels gelijk.
Vele tonnen moesten nog betaald worden, volgens de aannemer: een bedrag van 94.233,75 over het jaar 2020, een bedrag van € 350.460,81 over het jaar 2021 en een bedrag van € 357.917,40 over het jaar 2022. Daarbij zouden dan ook nog rentebedragen en andere bijkomende kosten opgeteld moeten worden.
Van de rechter hoeft de gemeente uiteindelijk ‘maar’ ongeveer 42 duizend euro te betalen. Ondertussen moet de aannemer zelf 13.799 euro aan de gemeente betalen voor de proceskosten. Dit omdat de aannemer grotendeels in het ongelijk gesteld is.
Klachten
Wat de aannemer betreft was het besluit van de gemeente om het contract te ontbinden onterecht. De aannemer had sinds 1 januari 2020 een contract met de gemeente om gemeentelijke gebouwen, waaronder het stadskantoor, te onderhouden. Na maanden van klagen over de manier van werken, zei de gemeente het contract per 1 juni 2021 op.
Klachten waren uiteenlopend: van planningen die niet aangeleverd werden tot wettelijk verplichte taken zoals sprinkler- en brandmeldinstallatiecontroles die niet of niet op tijd werden uitgevoerd. ‘De druppel die de emmer deed overlopen’ was een storing aan koelmachines op het stadskantoor die een week na melding niet was verholpen.
Covid-19
Ondanks de vele klachten van de gemeente, beschouwt de aannemer de eenzijdige ontbinding vanuit de gemeente als onterecht. Hierbij voert de aannemer aan dat bepaalde werkzaamheden bemoeilijkt werden, omdat er toentertijd coronamaatregelen waren.
“De aannemer heeft niet duidelijk gemaakt welke onderdelen van de werkzaamheden hij niet goed of tijdig kon verrichten door de overheidsmaatregelen”, staat in het vonnis van de rechtbank. Daarmee is dus niet aangetoond dat de maatregelen omtrent het coronavirus een belemmering waren voor de werkzaamheden.
Bovendien stelt de rechter: “De klachten van de gemeente begonnen voor de aanvang van enige overheidsmaatregelen in het kader van COVID-19.”
Gemeente krijgt gelijk
Uiteindelijk stelt de rechter: “De tekortkomingen door de aannemer rechtvaardigen de ontbinding.” Daarom hoeft de gemeente niet de door de aannemer geëiste som van 314.018,11 euro te betalen. Wel moet de gemeente ruim 41.000 euro betalen. Dit bedrag is gebaseerd op een berekening van de gemeente over de waarde van het door de aannemer geleverd werk.