TU onderzoekers ontwikkelen Densor: gezondheidsmeter in de mond

De menselijke mond biedt een schat aan informatie over de algehele gezondheid. Van lichaamstemperatuur tot hoofd- en kaakbewegingen: al deze gegevens zijn van groot belang bij het begrijpen van gezondheidsproblemen en gebitsgerelateerde aandoeningen. Het verzamelen van deze informatie is echter vaak omslachtig en ongemakkelijk. Onderzoekers van de TU Delft en het Radboud UMC hebben daar een innovatieve oplossing voor bedacht: de Densor.

De Densor | Bron: PR
 
Kleine sensor met grote mogelijkheden 
De Densor is een klein apparaatje dat lijkt op een beugeltje en dat eenvoudig over het gebit kan worden geschoven voor het slapengaan. "Het meet lichaamstemperatuur en de bewegingen van het hoofd, wat belangrijk is bij het onderzoek naar slaapstoornissen," legt Przemysław Pawełczak uit, universitair hoofddocent binnen de Embedded Systems Group van de TU Delft en leider van het Sustainable Systems Lab. 

 

Volgens Pawełczak is er een grote behoefte aan nieuwe en efficiënte meetmethoden. "Bestaande systemen om slaapbewegingen te meten zijn vaak groot, onhandig en bovendien erg duur. Artsen zijn daarom continu op zoek naar betere alternatieven." 

 

De Densor biedt precies dat: een lichtgewicht, draagbare sensor die draadloos werkt. "Je hebt alleen een mobiele telefoon nodig," zegt Pawełczak. "Dankzij Near Field Communication (NFC) kan de sensor in minder dan 30 seconden worden opgeladen. NFC kennen we van contactloos betalen, maar het kan ook een kleine hoeveelheid energie verzenden, waarmee de Densor wordt opgeladen." 

 

Toekomstige uitbreidingen 
De eerste tests met de Densor zijn veelbelovend en de onderzoekers werken al aan een verbeterde versie. "We willen extra sensoren toevoegen, zoals een barometer om luchtdruk in de mond te meten," vertelt Pawełczak. "Hiermee kunnen we bijvoorbeeld reflux detecteren, waarbij maagzuur terugstroomt in de slokdarm. Dit kan leiden tot tandslijtage en ademhalingsproblemen." 

 

Op de vraag of de sensor in de toekomst nog meer gezondheidsgegevens kan meten, blijft Pawełczak realistisch. "Op dit moment zijn er nog geen geschikte chemische sensoren om bijvoorbeeld de kwaliteit van de ademhaling of maagproblemen te meten. Maar we werken met de nieuwste technologie en verleggen steeds de grenzen van wat mogelijk is." 

 

Onzichtbare technologie 
Voor Pawełczak is het einddoel om de technologie zo klein en gebruiksvriendelijk mogelijk te maken. "Mijn vrouw is tandarts en zij vertelde me dat sommige mensen kleine diamantjes op hun tanden laten zetten. Stel je voor dat de elektronica zo klein wordt dat het in zo’n diamantje past. Dan kunnen we een meetsysteem ontwikkelen dat volledig onzichtbaar is en niemand hindert bij het eten of slapen. De mogelijkheden zijn eindeloos." 

 

Open source voor verdere innovatie 
Een opvallend aspect van de Densor is dat zowel de hardware als de software open source is. "We willen dat andere onderzoekers dit systeem kunnen gebruiken, evalueren en verder ontwikkelen," zegt Pawełczak. "Momenteel werken we aan nieuwe onderzoeksvoorstellen. Mogelijk zal de volgende generatie van de Densor niet open source zijn, maar dit eerste ontwerp delen we bewust met de wetenschappelijke gemeenschap. Zo stimuleren we innovatie en ontdekken we wellicht nog meer toepassingen." 

 

Van idee naar samenwerking 
Het idee voor de Densor ontstond op een bijzondere manier. "Mijn vrouw en ik bezochten een tandheelkundige conferentie en daar zag ik een poster over speekselonderzoek. Dat wekte mijn interesse: wat gebeurt er als je embedded systemen combineert met tandheelkunde?" vertelt Pawełczak. "Ik nam contact op met de organisatoren en mocht ons project presenteren. Twee dagen later ontving ik al een uitnodiging van het Radboud UMC. De rest is geschiedenis." 

 

De volgende stap 
Met de ontwikkeling van de tweede generatie Densor hopen de onderzoekers dat het apparaat in de toekomst daadwerkelijk een rol kan spelen in de medische praktijk. "De huidige versie levert nog niet genoeg data om sterke conclusies te trekken. Maar als de verbeterde versie klaar is, kunnen we artsen overtuigen om de technologie in de praktijk te gebruiken," besluit Pawełczak. "Dan kunnen we zeggen: ‘Lieve dokter, alsjeblieft, doe er iets mee!’"